
Melvin
Sedert jaar en dag woont deze trotse Washand in het idyllische dorpje Steenderen. Vanaf zijn geboorte in Mei 1988 tot aan April 2004 heeft deze vedette in zijn ‘hometown’ gewoond. Sinds kort woont hij echt tijdelijk in ****. U ziet het goed en er is niets mis met uw computer, er stonden 4 sterretjes. Dit is namelijk omdat het in Steenderen als godslastering wordt beschouwd om de naam van dat achtergebleven judasdorpje, waar Melvin nu TIJDELIJK woont, uit te spreken. Het vertrek uit zijn geliefde dorpje naar dat shithole 3 kilometer verderop is dan ook hét dieptepunt van zijn leven.
Het tekent Melvin dat hij nog steeds bij zijn oude cluppie S.V. Steenderen speelt, ondanks de reisafstand. Elke maandag, donderdag en zaterdag (en soms zondag om naar zijn helden van het eerste te kijken) pakt hij de benenwagen en vervoert zichzelf 3 kilometers westelijker naar Steenderen. Dit jaar speelt Melvin, ook wel Rode Man en Jetsers genoemd, bij de A1 van Steenderen. Dit wel te verstaan nog als B-speler, maar gezien zijn eerdere ervaringen in de A in het seizoen 2003/2004 heeft men besloten om hem naar de A te doen.
“Hoezo, eerdere ervaringen in de A vorig jaar?” Zult u zich wel afvragen. Nou dat komt u zo te weten, maar laten we bij het begin beginnen. Al op jonge leeftijd, dan spreken we over de kleuterleeftijd, trok Melvin regelmatig zijn kicksen aan om een balletje te trappen met pa of broer, of met vriendjes en vriendinnetjes. Toen hij 6 was geworden mocht hij eindelijk na lang wachten in clubverband voetballen. Uiteraard deed deze jongen dat bij de Koninklijke Zwart-wit, om maar een bijnaam van het roemruchte dorpsclubje SV Steenderen te noemen, spelen. Omdat deze jongen in Mei 6 was geworden restte er echter nog maar een aantal toernooien die hij kon spelen. Hij liet meteen zien dat hij een grote potentie had en mocht de toernooien met de befaamde F1 afwerken. Na bijna voor thuispubliek gescoord te hebben, om zijn debuut nog glorieuzer te maken, zat zijn eerste seizoen er alweer op.
Zoals dat met vele talenten gaat werd de speler, die in de wandelgangen toen ook al de nieuwe Rafael Van der Vaart werd genoemd, het daarop volgende jaar uitgeleend aan de F2, om te rijpen. Onder leiding van vader Wim Wolbrink groeide deze speler zo dat hij binnen een jaar alweer terug mocht na de F1 van de legendarische trainer, Jan Sterkeboer. Na zijn F periode vol gemaakt te hebben bij de F1, mocht deze toen 8-jarige jongeman naar de E-tjes, waar hij direct in de E1 kwam. Daar aangekomen kwam hij in een kweekvijver van talent en wijsheid. Het talent kwam van de spelers die van een bijzonder hoog niveau waren en de wijsheid van zijn nieuwe trainer Hans Hoogerheijde, ook bekend als de ‘Talentenkneder’. In deze periode werd het steeds duidelijker wat voor speler Melvin was. Als multifunctionele teamspeler stond hij rechtsbuiten in het eerste jaar, door de hevige concurrentie die er was in het team door al het kwaliteit dat aanwezig was, maar in het jaar daarop kwam hij op de positie te staan waarvoor hij geboren lijkt: centrale middenvelder.
Blijkbaar maakte deze jonge versie van Johan Neeskens zoveel indruk dat hij het jaar daarop naar de D1 mocht. In dit team boekte hij vele successen, zowel op het veld als in de zaal. Vooral in de zaal onstond er een onverslaanbaar team dat elke keer dat het aan een toernooi meedeed kampioen werd. Na een tijdje werd het dus ook niet meer uitgenodigd op toernooien, omdat er teveel boze mama’s hadden opgebeld. Hun kind kwam constant huilend thuis na een zaalvoetbaltoernooi. Om de andere (minder getalenteerde) teams ook een kans te geven werd besloten dat het legendarische Steenderen D1a zaalvoetbalteam niet meer mee mocht doen.
Na drie jaar als laatste man / voorstopper / centrale middenvelder te hebben fungeert werd hij overgeheveld na de C, waar hij onder de ietwat schreeuwerige lyricsspittende Jeroen Borgonjen een succesvol jaar kende. Ja mensen, u leest het goed, 1 jaar. Want na 1 jaar mocht de midmid al naar de B om te proberen een plaats in de selectie van de B1. Zoals ruim in de sportbladen beschreven was haalde hij met lovende woorden de B1 waar hij rechtsmidden / centrale middenvelder was. Toen op een haar na het kampioenschap werd gemist ging een hele generatie over na de A, maar Melvin niet. Melvin moest als eerste jaars B-tje nog in de B blijven. Niet dat ie daar zo om rouwde, nu kon hij zich in alle rust ontwikkelen met zijn leeftijdsgenoten. Helaas liep dit seizoen uit op een debacle, het team werd laatste met slechts 6 punten en veel trammelant.
Na dit alles vergeten te hebben is hij dit jaar met frisse moed begonnen aan een nieuw A1-avontuur. Samen met 11 andere B-tjes en 4 A-tjes proberen ze met hun jeugdige enthousiasme de competitie onveilig te maken, wat tot nu toe redelijk lukt. Sinds de B heeft deze vrolijke fluiterd ook kennis gemaakt met de biertap van de kantine, wat bijzonder goed werkte voor de teamspirit.
Ondanks de tegenvallende prestaties van vorig jaar was deze extravagante, bouncende, partijtje-niet-uit-de-weg-gaande, pientere, rebelse, flairbezittende, roodharige, lekkere-kadetjes-bezittende, anti-scooterzijnde, Andre Hazes lyrics kennende, schraal-kutje-bezittende, trotse-Steendernaar-zijnde, geen brilhebbende, pittige goochemerd vorig jaar ook van de partij als Woeste Washand, zei het als Henk toen. En geheel in de sfeer van het voetbaljaar dat hij had liep dat toernooi voor hem uit op een tegenvaller. Hij sloeg nog net geen modderfiguur, dat kan namelijk niet in een verharde sporthal, daar heb je geen modder.
Dit rest nog één sappige anekdote, die van de origine van de naam Melvin. Schmilf en Melvin (toen nog Kamper en Henk) zijn afgelopen jaar een fruitvol poosje, zo’n 2 weken, naar Berkhamsted geweest. Een geinig dorpje in Engeland. Omdat er een of andere ietwat luie dwaas (Hammy genaamd) Kamper en Henk te moeilijk vond, maakte hij er maar Schmilf UND Melvin van, dat vond ie wel lekker Hollands klinken… NOE, OF NIET DAN!!